Jij als professional en Covid-19

De afgelopen maanden waren voor jou als professional in het werken met kinderen en jongeren heel waarschijnlijk een vreemde, beangstigende en onzekere periode. Misschien zelfs nu nog.

Kinderbegeleider, kinder- of jeugdwerker, zorgverstrekker of leerkracht. Wat je werk met kinderen en jongeren ook is: je staat voor dilemma’s tussen je persoonlijke emoties en onzekerheden; en je professioneel engagement naar kinderen en jongeren toe. Dit door snel veranderende, onduidelijke of zelfs geen richtlijnen; het uitblijven van informatie; vele vragen van kinderen en ouders die je misschien niet kan beantwoorden.

Het moeilijke evenwicht tussen je professionele en gezinsleven met onder andere het begeleiden van huiswerk van je eigen kinderen, financiële onzekerheden, eigen bezorgdheden of deze voor andere familieleden, het wegvallen van de mogelijkheden om de eigen batterijen een keer op te laden, onzekerheden over de toekomst, en nog zoveel meer.

Herkenbare dilemma’s en emoties bij vele professionals, maar ook uniek voor je persoonlijke werksituatie.

Onze doelen

Informeren

Het JOY kennisplatform wil jou als professional informeren over de wetenschappelijke achtergrond van Covid-19 bij kinderen en jongeren. Waarom worden ze minder ziek? Waarom zijn ze minder besmettelijk? Waarom het verschil tussen kinderen jonger en ouder dan 12 jaar?

Deze wetenschappelijke kennis geeft jou als professional meer inzicht in het ‘waarom’ achter bepaalde beslissingen en maatregelen die soms anders zijn bij kinderen dan bij volwassenen.

Inzicht krijgen in dit ‘waarom’ is een belangrijke stap in het minder onderhevig worden aan angst en onzekerheden. Angst hoeft niet altijd slecht te zijn maar het mag niet leidend en lijdend zijn. Kinderen kunnen daarenboven gemakkelijk gevoelens en gedrag gaan overnemen en bijvoorbeeld mee angstig zijn met de omgeving zonder echt te begrijpen waarom.

Empowerment

Door je als professional op een juiste wetenschappelijke manier te informeren over het ‘waarom’, krijg je handvatten en steunpunten om op vragen en bezorgdheden te antwoorden die je tegenkomt op je werk met kinderen en jongeren. De juiste informatie geeft je als professional meer houvast en kracht door het begrijpen en beheersen van emoties en onzekerheden.

Balans

Met deze wetenschappelijke informatie en handvatten sta je als professional in deze moeilijke tijden krachtiger en sterker in het zoeken naar evenwicht binnen je professionele en gezinsleven. Een positieve balans tussen de blijvende onzekerheden en aanwezige risico’s; en je belangrijke rol als professional om de ontwikkeling en het welzijn van kinderen en jongeren zo optimaal mogelijk te ondersteunen.

Vragen

Dit wetenschappelijke platform zal de komende tijd verder worden uitgebreid gelijklopend met de groeiende wetenschappelijke ontwikkelingen en inzichten omtrent Covid-19 bij kinderen en jongeren. Neem dus regelmatig een kijkje om meer wetenschappelijke achtergrond te hebben over ‘waarom’ maatregelen voor kinderen en jongeren anders kunnen zijn dan bij volwassenen.

Hoe komen deze antwoorden tot stand?

De antwoorden en informatie zijn tot stand gekomen door experts uit de Pediatric Covid-19 Task Force op basis van de huidige wetenschappelijke studies en inzichten, overleg met andere experten en de officieel geldende richtlijnen opgesteld door Sciensano. Zij streven ernaar zo volledig, actueel en nauwkeurig mogelijk informatie te verstrekken. Alle informatie is van algemene aard en niet bedoeld voor omstandigheden die specifiek zijn voor een persoon. Hoewel deze informatie met de grootst mogelijke zorgvuldigheid werd samengesteld, staat de Task Force niet in voor de volledigheid, juistheid of actualiteit ervan. Regelmatig zal de informatie worden geüpdatet zolang de pandemie verder evolueert. (Laatste update … september 2020)

1. Covid-19 vs. andere verkoudheidsvirussen
1.1 Wat zijn de overeenkomsten en verschillen tussen Covid-19 en andere verkoudheidsvirussen?

Virussen die een verkoudheid, griep (influenza) of COVID-19 veroorzaken, geven weliswaar gelijkaardige klachten maar behoren tot verschillende virale families. Dat leidt bijvoorbeeld tot een verschil in overdracht:  in tegenstelling tot het griepvirus lijken jonge kinderen namelijk geen grote verspreiders te zijn van het corona virus. Ook is de reactie van het lichaam op corona virus vaak trager (langere incubatie tijd) en heviger, hoewel mensen ook ernstig ziek kunnen zijn van het griepvirus. Wie de ziekte ernstiger doormaakt, komt redelijk overeen voor al deze virussen: vaak zijn het oudere mensen of mensen met chronische aandoeningen of ernstige onderliggende gezondheidsproblematiek.

Hoewel de klachten, zeker in de beginfase, hetzelfde kunnen verlopen, kan je aan de hand van volgende tabel zien dat er toch wel wat verschillen zijn. De klachten bij COVID-19 komen meestal ook in een bepaalde volgorde: eerst koorts, dan hoesten en spierpijn. Daarna volgen soms buikklachten als misselijkheid en diarree.

 

coronavirus Griep (influenza) verkoudheid
koorts vaak vaak zelden
hoesten vaak vaak soms
loopneus zelden soms vaak
keelpijn soms soms vaak
niezen zelden zelden vaak
Reuk/smaakverlies soms tot vaak zelden zelden
vermoeidheid soms vaak soms
diarree soms (kind meer) zelden soms
kortademigheid soms zelden nee
2. Kinderen, jongeren en Covid-19
2.1 Hoe frequent worden kinderen geïnfecteerd?

Over het algemeen hebben kinderen jonger dan 12 jaar minder kans het virus op te lopen, een risico dat daalt met de leeftijd en het laagst is voor de kinderen in de kleuterklas. De totale groep kinderen van 1 tot 18 jaar bedroeg nog geen 5% van alle gerapporteerde COVID- gevallen wereldwijd. Dit is ook in België zo: kinderen maken 20 % van de bevolking uit, 10 % van de testen werden bij hen uitgevoerd en slechts 3% van het totaalaantal COVID gevallen waren jonger dan 18 jaar. Dit lage percentage komt voorlopig nog wel uit een periode van lockdown, waar de contacten van kinderen vaak tot een minimum gereduceerd waren.

2.2 Hoe ziek zijn kinderen van een infectie met COVID 19?

Kinderen zijn zelden ernstig ziek, een groot aantal (15-20%) heeft zelfs geen enkele klacht ondanks het feit dat ze positief testen bij onderzoek. De symptomen van COVID-19 bij kinderen zijn te vergelijken met die van andere verkoudheidsvirussen (zie vraag 1).

Een zeer klein deel van de kinderen die COVID-19 doormaken, ontwikkelt nadien een ernstig verlopende ziekte die we het Multi-systemisch inflammatoir syndroom (PIMS-TS, in de pers ook omschreven als “Kawasaki-shock syndroom”) noemen. Veelal maakten deze kinderen COVID-19 zelf met weinig of geen klachten door, maar omwille van ongekende redenen ontwikkelen ze enkele weken later een beeld gekenmerkt door ontsteking van meerdere organen, waaronder het hart. Kinderen met PIMS-TS hebben aanhoudende hoge koorts, voelen zich ellendig, hebben vaak buikpijn en diarree, rode oogjes, een rode huid en een lage bloeddruk. Het is een ernstig ziektebeeld dat echter, mits tijdige herkenning, goed behandeld kan worden. 

 

2.3 Waarom lijken kinderen minder vatbaar voor het virus?

Het blijft bijzonder dat jonge kinderen, vaak gevoelig aan luchtweginfecties, COVID-19 zoveel milder doormaken dan volwassenen. Waarom dat zo is, weten we eigenlijk nog steeds niet goed maar er circuleren wel verschillende theorieën.

Zo kan dit te maken hebben met een nog zeer efficiënt aangeboren immuun-antwoord ten opzichte van virussen, een mogelijke kruisbescherming door eerdere infectie met andere coronavirussen, of door minder aanwezigheid van ACE2-receptoren (de plaats waar het virus de cel binnendringt). Verder zijn de longen van kinderen nog gezond en hebben ze ook minder onderliggende problemen als bv. suikerziekte of hartlijden (wat bij volwassenen tot ernstiger ziekteverloop aanleiding geeft).

2.4 Hoeveel kinderen worden opgenomen door Covid-19?

Uit de Belgische data leren we dat slechts 1,6% van alle COVID-19 hospitalisaties kinderen betrof (terwijl ze 20% van de bevolking uitmaken). Van deze kinderen werd 3% (7 kinderen) op intensieve zorgen opgenomen, vaak waren dat kinderen met ernstige onderliggende problemen. Kinderen jonger dan 4 jaar en in het bijzonder die jonger dan 1 jaar, hadden de hoogste kans op hospitalisatie. Al bij al verbleven ze ook slechts kort in het ziekenhuis, de helft van de kinderen minder dan vier dagen, de kinderen op intensieve zorgen gemiddeld 6 dagen. 

2.5 Kunnen kinderen overlijden van Covid-19?

Het is zeer uitzonderlijk dat een kind overlijdt ten gevolgd van de infectie met COVID 19. In Europa werden – tot eind juli – 6 overlijdens bij kinderen gerapporteerd. Het gaat hier om 0,03% van alle kinderen met COVID-19. Ter vergelijking: volgens dezelfde Europese gegevens overleed 5,8% van de volwassenen ten gevolge COVID-19, de leeftijdsgroep van 90+ kende het hoogste percentage overlijdens (36%). 

3. Voorzorgsmaatregelen
3.1 Verspreiding van Covid-19 bij kinderen en jongeren en het belang van voorzorgsmaatregelen

Onder de 12 jaar is het risico dat besmette kinderen het virus doorgeven op school niet groot, een risico dat echter wel toeneemt in het secundaire onderwijs, maar lager lijkt dan het risico om op school door een volwassen collega besmet te worden. Waarom dat juist is, weten we niet goed. Er zijn verschillende hypotheses doch geen duidelijkheid. Dit verschil is wel zo belangrijk dat dit geleid heeft tot andere maatregelen in het secundair dan in het lager onderwijs.

Het risico om COVID-19 op te lopen van een kind is dus niet groot, maar ook niet onbestaande. Zelfs wanneer we alle zieke mensen (kinderen en volwassenen) uit school weren, is niet alle risico verdwenen. Ook mensen zonder klachten kunnen soms het virus doorgeven, en dat geldt ook voor kinderen. Het virus verspreidt zich vooral door contact tussen mensen, zowel via druppels en nevels (hoesten, niezen, roepen, …) als via direct contact van een besmette hand naar mond, neus of ogen.

Tot op heden is er nog geen veilig en/of doeltreffend vaccin beschikbaar. En hoewel er soms hoopvolle informatie over verschijnt, is het nog niet bewezen dat een eerder doorgemaakte infectie met COVID-19 voldoende en levenslang beschermt tegen een nieuwe infectie. We moeten dus onze toevlucht nemen tot voorzorgsmaatregelen om de verspreiding van COVID-19 tegen te gaan. Dit kunnen zaken zijn waar iedereen van ons aan kan werken (zie vraag 3.4), maar ook maatregelen die door de maatschappij/school genomen worden. Uiteraard speelt de hoeveelheid virus die in de gemeenschap circuleert een rol: hoe minder virus er circuleert, hoe kleiner het risico dat leerlingen of staf het virus mee naar school brengen. Vandaar de bekende kleurcodes en de daarmee samenhangende maatregelen. Hoe meer virus, hoe meer maatregelen noodzakelijk zijn waaronder bijvoorbeeld beperking van het aantal dagen waarop de kinderen in het secundair onderwijs naar school kunnen en het opnieuw invoeren van goed georganiseerd thuisonderwijs, of combinatie van afstandsonderwijs en onderwijs op school.  

4. Risicogroepen
4.1 Kinderen

Hoewel bij de kinderen die COVID-19 ernstig doormaakten er vaker onderliggende medische problematiek aanwezig was, wil dit niet automatisch zeggen dat kinderen met deze problematiek niet naar school zouden mogen gaan. Het doel is en blijft om zoveel mogelijk kinderen onderwijs op school aan te bieden, het al dan niet aanwezige gezondheidsrisico moet worden afgewogen tegen de negatieve gevolgen van verplicht thuisblijven die vooral kinderen die reeds een risico op achterstand hadden, hard treffen. In het algemeen kan men stellen dat kinderen die tijdens een griepepidemie naar school mogen gaan, dit ook moeten kunnen tijdens een COVID-19 epidemie.

De COVID-19 Belgian Pediatric Task Force publiceerde deze lijst die artsen kunnen raadplegen om te bepalen welke kinderen veilig naar school of activiteiten kunnen. Deze lijst wordt regelmatig geüpdatet.

Kinderen/jongeren met ernstige en vaak chronische ziekten worden geconfronteerd met psychische risico’s zoals depressie en angst, en risico’s op ontwikkelingsachterstand als gevolg van het niet of minder in staat om belangrijke ontwikkelingsfasen door te maken. Voor deze kinderen is naar school gaan en deelnemen aan activiteiten misschien zelfs nog belangrijker. Het blijft overigens essentieel dat kinderen met chronische ziekten worden gevacineerd tegen de seizoensgriep.

Het risico om COVID-19 op te lopen van een kind is dus niet groot, maar ook niet onbestaande. Zelfs wanneer we alle zieke mensen (kinderen en volwassenen) uit school weren, is niet alle risico verdwenen. Ook mensen zonder klachten kunnen soms het virus doorgeven, en dat geldt ook voor kinderen. Het virus verspreidt zich vooral door contact tussen mensen, zowel via druppels en nevels (hoesten, niezen, roepen, …) als via direct contact van een besmette hand naar mond, neus of ogen.

Tot op heden is er nog geen veilig en/of doeltreffend vaccin beschikbaar. En hoewel er soms hoopvolle informatie over verschijnt, is het nog niet bewezen dat een eerder doorgemaakte infectie met COVID-19 voldoende en levenslang beschermt tegen een nieuwe infectie. We moeten dus onze toevlucht nemen tot voorzorgsmaatregelen om de verspreiding van COVID-19 tegen te gaan. Dit kunnen zaken zijn waar iedereen van ons aan kan werken (zie vraag 3.4), maar ook maatregelen die door de maatschappij/school genomen worden. Uiteraard speelt de hoeveelheid virus die in de gemeenschap circuleert een rol: hoe minder virus er circuleert, hoe kleiner het risico dat leerlingen of staf het virus mee naar school brengen. Vandaar de bekende kleurcodes en de daarmee samenhangende maatregelen. Hoe meer virus, hoe meer maatregelen noodzakelijk zijn waaronder bijvoorbeeld beperking van het aantal dagen waarop de kinderen in het secundair onderwijs naar school kunnen en het opnieuw invoeren van goed georganiseerd thuisonderwijs, of combinatie van afstandsonderwijs en onderwijs op school.

4.2 Volwassenen

Ondanks het feit dat de pandemie nog steeds evolueert, lijkt het bij volwassenen toch duidelijk te worden wie een grotere kans heeft op een ernstiger verloop dan wel overlijden door COVID-19. Uiteraard betreft dit statistiek en zijn er altijd uitzonderingen, ook voorheen kerngezonde personen kunnen de ziekte ernstig doorlopen.

Deze risicogroepen komen overigens vrij goed overeen met die mensen die in het algemeen een verhoogd risico op ernstige infecties hebben (bijvoorbeeld mensen met kanker of onder immuun-onderdrukkende medicatie of kwetsbare ouderen) (zie https://covid-19.sciensano.be/sites/default/files/Covid19/COVID-19_measures-for-high-risk-groups_NL.pdf).

De COVID-19 Belgian Pediatric Task Force publiceerde deze lijst die artsen kunnen raadplegen om te bepalen welke kinderen veilig naar school of activiteiten kunnen. Deze lijst wordt regelmatig geüpdatet.

Kinderen/jongeren met ernstige en vaak chronische ziekten worden geconfronteerd met psychische risico’s zoals depressie en angst, en risico’s op ontwikkelingsachterstand als gevolg van het niet of minder in staat om belangrijke ontwikkelingsfasen door te maken. Voor deze kinderen is naar school gaan en deelnemen aan activiteiten misschien zelfs nog belangrijker. Het blijft overigens essentieel dat kinderen met chronische ziekten worden gevacineerd tegen de seizoensgriep.

Het risico om COVID-19 op te lopen van een kind is dus niet groot, maar ook niet onbestaande. Zelfs wanneer we alle zieke mensen (kinderen en volwassenen) uit school weren, is niet alle risico verdwenen. Ook mensen zonder klachten kunnen soms het virus doorgeven, en dat geldt ook voor kinderen. Het virus verspreidt zich vooral door contact tussen mensen, zowel via druppels en nevels (hoesten, niezen, roepen, …) als via direct contact van een besmette hand naar mond, neus of ogen.

Tot op heden is er nog geen veilig en/of doeltreffend vaccin beschikbaar. En hoewel er soms hoopvolle informatie over verschijnt, is het nog niet bewezen dat een eerder doorgemaakte infectie met COVID-19 voldoende en levenslang beschermt tegen een nieuwe infectie. We moeten dus onze toevlucht nemen tot voorzorgsmaatregelen om de verspreiding van COVID-19 tegen te gaan. Dit kunnen zaken zijn waar iedereen van ons aan kan werken (zie vraag 3.4), maar ook maatregelen die door de maatschappij/school genomen worden. Uiteraard speelt de hoeveelheid virus die in de gemeenschap circuleert een rol: hoe minder virus er circuleert, hoe kleiner het risico dat leerlingen of staf het virus mee naar school brengen. Vandaar de bekende kleurcodes en de daarmee samenhangende maatregelen. Hoe meer virus, hoe meer maatregelen noodzakelijk zijn waaronder bijvoorbeeld beperking van het aantal dagen waarop de kinderen in het secundair onderwijs naar school kunnen en het opnieuw invoeren van goed georganiseerd thuisonderwijs, of combinatie van afstandsonderwijs en onderwijs op school.

4.3 Zwangeren

Zwangere leerkrachten mogen lesgeven, tenzij hun behandelende arts anders beslist omwille van hun persoonlijke medische geschiedenis. Als we ze namelijk vergelijken met de niet-zwangere populatie lijkt er geen verschil te zijn, noch in klachten, noch in ernst van de ziekte, en dit tot 28 weken zwangerschap. Vanaf dan kan een COVID-19 infectie ernstiger verlopen, deels door de grotere druk in de buik waardoor de longen en het hart al wat meer onder stress staan, deels ook door veranderingen in de weerstand van zwangeren. Dit verhoogde risico geldt overigens voor alle infecties. Extra aandacht voor het dragen van maskers en het beperken van contacten in de zwangerschap lijkt dan ook raadzaam.

Het risico voor het ongeboren kind is evenmin groot, besmetting in de baarmoeder lijkt zeldzaam en het virus lijkt geen verhoogde kans te geven op een miskraam of aangeboren afwijkingen. De data zijn uiteraard nog niet volledig gezien pas nu moeders bevallen die zwanger werden tijdens de corona periode. Het risico op vroeggeboorte door koorts (die weeën kan opwekken) is er, maar dit is niet groter dan bij elke andere ziekte die koorts geeft.

Behalve besmetting in de baarmoeder, kan het pasgeboren kind wel besmet geraken tijdens of kort na de geboorte, met hogere kans op hospitalisatie gezien de jonge leeftijd. Borstvoeding mag overigens gegeven worden, zelfs als men (mogelijk) besmet werd met COVID-19. Er wordt dan wel aangeraden een masker te dragen, of iemand anders een flesje met afgekolfde melk te laten geven.

4.4 Wat kan ik/de omgeving doen om het risico zo klein mogelijk te houden?

Vanuit de overheid werd aan scholen een draaiboek gegeven welke maatregelen genomen kunnen worden afhankelijk van de kleurcode. Zelf dragen we hierin ook een verantwoordelijkheid. Zoals hoger vermeld, is ons sociaal gedrag bepalend voor de kansen die het virus krijgt om zich onder de bevolking te verspreiden. Wij sturen met zijn allen de verspreiding van infectieziekten en dus ook de COVID-19-epidemie.   Vanuit de overheid werd aan scholen een draaiboek gegeven welke maatregelen genomen kunnen worden afhankelijk van de kleurcode. Zelf dragen we hierin ook een verantwoordelijkheid. Zoals hoger vermeld, is ons sociaal gedrag bepalend voor de kansen die het virus krijgt om zich onder de bevolking te verspreiden. Wij sturen met zijn allen de verspreiding van infectieziekten en dus ook de COVID-19-epidemie.   Hieronder staan enkele aandachtspunten waar je zelf op kan letten, je vindt er vele van terug op https://11miljoenredenen.be/nl :

• Maskers: er is een aparte topic gewijd aan de achtergrond van de noodzaak om in bepaalde situaties en vanaf een bepaalde leeftijd maskers te dragen (zie link)

• Beperken van contacten: dit kan zowel door het houden van afstand (1.5m) als door het beperken van het aantal contacten (de zogenaamde bubbels).

• Regelmatig handen wassen met water en zeep, dan wel ontsmetten met handalcohol en dit gedurende minimaal 20 tot 30 seconden. Gebruik wegwerp papieren handdoeken op plaatsen waar veel mensen hun handen wassen.

• Zo min mogelijk met je handen het gezicht (neus, mond, ogen) aanraken

• Niezen of hoesten in de elleboog (of eventueel papieren zakdoek die je snel weggooit waarna handontsmetting volgt)

• Lesgeven in grote, open ruimtes, waar mogelijk buiten

• Frequent verluchten van de klassen, vaker ramen open met desnoods een extra trui in de wintermaanden. Op deze site vind je informatie van het ministerie van onderwijs betreffende verluchting van de klassen.

• Thuisblijven en contact opnemen met de arts bij klachten

• Vermijden van zingen of luid roepen in groep, is zang noodzakelijk dan best met masker en buiten.

• Geen drank of eten met anderen delen

• Regelmatig ontsmetten wat door meerdere mensen gebruikt wordt zoals bv. deurklink, bureau of handvaten van het bord

• Spoel het toilet door met afgesloten deksel

• Laat turnen of sporten zoveel mogelijk buiten doorgaan. Bij slechte weersomstandigheden kunnen alternatieven gezocht worden binnen de bubbel, vermijd contactsporten.

• Misschien ten overvloede maar: leef gezond. Vermijd roken, beweeg voldoende, eet gezond, slaap en rust voldoende, …

 

4.5 Wat als ik tot een risicogroep behoor?

Volwassenen met verhoogd risico die van hun behandelend geneesheer de toestemming kregen om aan het werk te gaan, wordt aangeraden zoveel mogelijk van deze maatregelen in acht te nemen. We mogen niet vergeten dat goede handhygiëne, afstand nemen en het dragen van een masker, het risico op het oplopen van COVID-19 bijzonder sterk reduceert.
In het algemeen geldt dat het risico stijgt wanneer het aantal contacten toeneemt, de onderlinge afstand verkleint en de interactie met andere mensen langer duurt. Voor risicomensen is het dus nóg belangrijker drukte te vermijden, bv. in gangen tijdens het wisselen van de klassen of tijdens lunch en breaks. Vermijd ook dicht contact met mensen die geen masker dragen, zelfs al draag je er zelf een. Eet op afstand van elkaar (gezien je dan geen masker draagt) en vermijd ruimtes waar geroepen of luid gepraat wordt. Het is zinvol om een eigen handontsmetting bij zich te dragen. Geef geen handen maar vermijd ook de elleboog-bump, vermijd best elk fysiek contact. Het is overigens ook belangrijk dat je eventuele chronische medicatie verder inneemt en op regelmatige controle bij je arts gaat. Vermijd isolatie gedrag, eet gezond en beweeg voldoende. Vraag op tijd hulp wanneer je merkt dat je het moeilijk hebt met de maatregelen, slecht slaapt of angstig bent.
Behoort men zelf niet tot een risicogroep maar is er bijvoorbeeld thuis iemand die wel tot een risicogroep behoort, dan zijn enkele extra maatregelen mogelijk bij thuiskomst: verwijder je masker en/of draag een nieuw, was/ontsmet grondig je handen, overweeg eventueel van kledij te wisselen. Beperk het contact tussen gebruikt materiaal op school/activiteit en de risicopersoon thuis.

• Maskers: er is een aparte topic gewijd aan de achtergrond van de noodzaak om in bepaalde situaties en vanaf een bepaalde leeftijd maskers te dragen (zie link)

• Beperken van contacten: dit kan zowel door het houden van afstand (1.5m) als door het beperken van het aantal contacten (de zogenaamde bubbels).

• Regelmatig handen wassen met water en zeep, dan wel ontsmetten met handalcohol en dit gedurende minimaal 20 tot 30 seconden. Gebruik wegwerp papieren handdoeken op plaatsen waar veel mensen hun handen wassen.

• Zo min mogelijk met je handen het gezicht (neus, mond, ogen) aanraken

• Niezen of hoesten in de elleboog (of eventueel papieren zakdoek die je snel weggooit waarna handontsmetting volgt)

• Lesgeven in grote, open ruimtes, waar mogelijk buiten

• Frequent verluchten van de klassen, vaker ramen open met desnoods een extra trui in de wintermaanden. Op deze site vind je informatie van het ministerie van onderwijs betreffende verluchting van de klassen.

• Thuisblijven en contact opnemen met de arts bij klachten

• Vermijden van zingen of luid roepen in groep, is zang noodzakelijk dan best met masker en buiten.

• Geen drank of eten met anderen delen

• Regelmatig ontsmetten wat door meerdere mensen gebruikt wordt zoals bv. deurklink, bureau of handvaten van het bord

• Spoel het toilet door met afgesloten deksel

• Laat turnen of sporten zoveel mogelijk buiten doorgaan. Bij slechte weersomstandigheden kunnen alternatieven gezocht worden binnen de bubbel, vermijd contactsporten.

• Misschien ten overvloede maar: leef gezond. Vermijd roken, beweeg voldoende, eet gezond, slaap en rust voldoende, …

 

5. Psycho-sociaal welzijn

Tegenover de risico’s van Covid-19 moeten we het belang en de waarde voor het welzijn en de ontwikkeling van kinderen en jongeren in de balans leggen van school, sociale contacten en activiteiten. Aan de hand van die balans kunnen we beter inschatten wat kinderen en jongeren nodig hebben zodat er zorg gedragen wordt voor hun globale gezondheid, hun bio-psycho-sociale gezondheid.

5.1 zelfzorg van volwassenen

Er kan maar sprake zijn van de meerwaarde van school, contacten en activiteiten voor het welzijn en de ontwikkeling van kinderen (voortaan zeggen we ‘kinderen’ voor de hele groep van minderjarigen, dus kinderen en jongeren), nadat er zorg gedragen wordt voor het welzijn van de volwassenen rond de kinderen, zowel privé als professioneel. Want volwassenen kunnen maar ten volle hun waarde voor kinderen waarmaken door zich zelf veilig en gerustgesteld te voelen. Net zoals je in het vliegtuig eerst je eigen zuurstofmasker moet opzetten als volwassene voordat je je kind helpt, mogen en moeten volwassenen in eerste instantie goed zorg dragen voor zichzelf. De coronapandemie vraagt veel flexibiliteit en draagkracht van ouders. Het is normaal dat dit je zwaar kan vallen en dat dit voor de ene persoon meer of anders is dan voor de andere. Erover praten en je ervaringen delen kan al veel helpen. Dat kan met je gezin, je vrienden, familie of collega’s. Je huisarts en de dienst voor preventie op het werk kunnen je adviseren als je erg angstig of bedrukt bent, ertegenop ziet te gaan werken, heel vergeetachtig of verstrooid bent of niet meer goed kan slapen of eten.

5.2 Zorg voor kinderen en jongeren

Doordat ouders zich goed voelen, kunnen kinderen op hun beurt in alle vertrouwen profiteren van de structuur en regelmaat die ouders hen bieden. Ze kunnen zich laten meenemen in het betekenisvol leven dat we als ouders en maatschappij uitdachten voor onze kinderen. Met ouders die rust uitstralen, kunnen kinderen zich wijden aan hun ontwikkelingstaken, fysiek, cognitief, emotioneel en sociaal: kinderen leren en ontdekken, hun taal en motoriek gaat vooruit, ze leren samen te leven en conflicten op te lossen, ze uiten hun gevoelens en grenzen en reageren op de gevoelens en grenzen van anderen. Ouders helpen kinderen zich competent te voelen en vertrouwen te krijgen in hun zelfredzaamheid binnen een veilige context van verbondenheid met de ouders, eventuele broers en zussen en andere volwassenen en leeftijdsgenoten.

 

Dat gevoel van vertrouwen en verbondenheid is het gevolg van het opbouwen van een positieve relatie tussen de ouders en het kind en van kinderen onderling. Deze relaties zorgen ervoor dat een kind zich goed voelt in een specifieke omgeving, dat zij/hij ervaart dat zij/hij begrip en steun kan krijgen en dat er naar haar/hem geluisterd wordt.

 

De meeste kinderen worden het best en genoeg ondersteund door verder te mogen gaan met hun gebruikelijke leven, door gewoon deel uit te maken van hun vertrouwde, stimulerende en verbindende omgeving. Ze hebben geen specifieke aanpak of therapie nodig.

Als een kind meer nodig heeft omdat het echt niet goed gaat, kan je dat als ouder bijvoorbeeld zien aan een stemmingsveranderingen en emotionele uitbarstingen, aan schoolresultaten die plots achteruit gaan of aan gedrag dat veranderd, ongewoon of storend is. Deze signalen kunnen tal van oorzaken hebben. Erover praten met het kind is de 1e stap. Als het probleem niet met de ouders, vrienden of familie kan opgelost worden, kan andere hulpverlening ingeschakeld worden.

Professionals zoals leerkrachten en sporttrainers kunnen extra veel betekenen voor kwetsbare kinderen en kinderen uit kwetsbare gezinnen.

Bv. doordat de school of de sportclub een vertrouwde omgeving is als alternatief voor een gezin dat gebukt gaat onder conflicten of geweld en doordat leerkrachten of trainers het opmerken en aankaarten wanneer een kind zich niet goed voelt
En bv. doordat ouders zich op hun leven, werk en inkomen kunnen concentreren doordat ze hun kind aan de school of club hebben overgedragen

5.3 Balans

Met de actuele wetenschappelijke informatie kunnen we een wetenschappelijk onderbouwde balans nastreven tussen de coronarisico’s voor kinderen en de meerwaarde voor kinderen van school, contacten en activiteiten.

Met aangepaste hygiënemaatregelen is het mogelijk om de risico’s van coronainfectie- en overdracht voor kinderen in balans te brengen met de risico’s van het wegvallen van school, contacten en activiteiten. Het blijkt inderdaad gerechtvaardigd om keuzes te maken vòòr school, contacten en activiteiten die de bio-psycho-sociale gezondheid van kinderen ten goede komen.

Heb je als professional behoefte aan meer specifieke informatie?

 Specifieke professionele informatie en richtlijnen omtrent Covid-19 thema’s kan je vinden via de website van Sciensano

Heb je als professional specifieke vragen over de sector waarin je werkt? Informeer dan bij de specifieke kanalen van je sector of werkgever. Of vind je specifieke sector via deze link: https://www.info-coronavirus.be/nl/protocollen/

Ben je werkzaam in het Onderwijs?

Dan kan je via deze link de webinar herbekijken van de Belgian Pediatric Task Force en kan je specifieke FAQ terugvinden omtrent Onderwijs.

WETENSCHAPPELIJKE BIBLIOTHEEK

De kinderrechten

Kinderen en jongeren hebben rechten. Deze rechten zijn vastgelegd in het Kinderrechtenverdrag van de Verenigde Naties.
De afgelopen maanden hebben Covid-19 en de verschillende preventiemaatregelen een enorme invloed gehad op de uitoefening van deze rechten met grote gevolgen voor het welzijn, de ontwikkeling en de gelijke ontwikkelingskansen van alle kinderen en jongeren. Kinderen en jongeren hebben:

Recht op een gelijke behandeling

Recht op een goed leven

Recht op eigen mening en inspraak

Recht op spel, rust en cultuur

Recht op veiligheid en bescherming

Recht om samen te komen met anderen

Recht op privacy

Recht op een gezin

Recht om iemand te zijn

Recht op gezondheidszorg

Recht op onderwijs en informatie

Wil je meer weten over de rechten van kinderen en jongeren en het kinderrechtenverdrag?
Kijk dan zeker op de website van Unicef België en kom er alles over te weten.

Wetenschappelijke artikels

Binnenlandse wetenschappelijke artikels

(in ontwikkeling)

Bekijk

Buitenlandse wetenschappelijke artikels

Bekijk

Sluit je aan en verspreid JOY

 

Wil je je aansluiten aan deze campagne?
Ga naar onze logo tool!